Kick Bras over drie vrouwelijke Amerikaanse kunstenaars
5 maart – Emily Carr (1871-1945)
Drie pioniers van de moderne kunst. De eerste uit Canada, de tweede uit de Verenigde Staten. De derde uit Mexico. Ze leefden ongeveer tegelijkertijd ( in de eerste helft van de twintigste eeuw). Ze moesten als vrouw een eigen positie veroveren en werden zo iconen van het feminisme. Ze legden een link tussen de kunst van inheemse bevolkingsgroepen en de moderne kunst. Ze hadden ieder een eigenzinnige spiritualiteit die vooral door de natuur werd gevoed. In drie bijeenkomsten verdiepen we ons in deze vrouwen en de zeggingskracht van hun kunst.
Emily Carr bezocht woonplaatsen van inheemse volken (‘Indianen’) in British Columbia, het Noord-Oosten van Canada, waar zij ook woonde. Zij schilderde hun totempalen en huizen en werd daarmee pas jaren later beroemd. Daarna schilderde ze het landschap van de Canadese bossen en kuststreken in een eigen stijl, met invloeden vanuit het impressionisme en kubisme, maar ook van Vincent van Gogh. Ze schreef een heerlijk openhartig dagboek en andere boeken die haar bij een breed publiek bekend maakten. Haar diepste drijfveer was om een te worden met het goddelijke in de natuur en dit in haar werk te laten zien. Ook protesteerde ze tegen de aantasting van de natuur door de grootschalige houtkap. Haar werk heeft een duidelijke ecologische boodschap.
De andere avonden: 19 maart – Georgia O’Keeffe 26 maart – Frida Kahlo